In het kader van de Hanzelijn is het station vergroot zodanig dat er ruimte is gemaakt voor een tweede eilandperron en twee extra sporen. De Hanzelijn is de nieuwe verbinding tussen Lelystad en Zwolle. Het aantal treinen neemt toe en een deel ervan zal niet stoppen maar op snelheid doorrijden. De geluidsniveaus op de perrons en in de onderliggende hal zullen daarmee hoger zijn dan in het verleden.

In de situatie bij de start van het project ontstonden relatief hoge geluidsniveaus die voor een groot deel veroorzaakt werden door golfslijtage op de sporen. Treinen die over deze oneffenheden reden veroorzaakten trillingen in de betonconstructie. De onderliggende commerci√ęle ruimten zijn opgebouwd uit lichte delen en trillen daarom snel mee. Door resonanties in het lichte plaatmateriaal is de ondervonden geluidshinder relatief hoog ten opzichte van de trillingsniveaus die ontstaan in de betonconstructie.

De perrons en de stationshal daaronder zijn op relatief open wijze met elkaar verbonden via trapgaten en vides. Een binnenrijdende trein zal dus goed hoorbaar zijn in de stationshal.

Vraag van de opdrachtgever

In opdracht van ProRail heeft Movares onderzoek verricht naar de geluidsoverdracht van treinpassages naar perrons en onderliggende ruimten. Van daaruit zijn maatregelen onderzocht en zijn eisenspecificaties opgesteld  om de geluidsniveaus zo veel mogelijk te beperken.

Uitgevoerde werkzaamheden

Het onderzoek heeft bestaan uit een verkenningsfase, geluids- en trillingsmetingen uitgevoerd door TNO Bouw en een aanvullend onderzoek naar mogelijke geluidsmaatregelen door Movares. De trillingsproblematiek kon worden aangepakt door het slijpen van de spoorstaven en het aanpassen van spoorligging en constructie. Vervolgens is onderzocht op welke wijze geluidsabsorptie tot verlaging van de geluidsniveaus kan leiden. Daarbij is bijvoorbeeld gekeken naar het effect van absorptie aan de perronwanden, een minischerm midden tussen de sporen en vervolgens het effect van het geheel of gedeeltelijk absorberend maken van de horizontale delen van de stationskap. Als laatste is het grotendeels dicht maken van de openingen tussen perrons en hal onderzocht. Het onderzoek heeft geleidt tot een maximale hoeveelheid geluidsabsorptie in de spoorbakken, aan de dichte delen van de kapconstructie en een geluidscherm tussen de sporen.
In de toekomst zal met geluidsmetingen bepaald worden of de eisen uit de specificaties op perrons en/of onderliggende stationshal gehaald worden, is dat niet het geval dan kunnen extra maatregelen getroffen worden.

Bijzonderheden

Omdat de akoestiek in de verkeersruimten van een station niet kan worden berekend met de Standaard Rekenmethode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 is het onderzoek uitgevoerd met behulp van een raytracing programma. Hiermee kan het effect van reflecties en de invloed van afschermende of absorberende maatregelen in stations onderzocht worden. Gebruik is gemaakt van het programma Raynoise. Dit programma is uitermate geschikt om de akoestiek in half open ruimten te berekenen. Aan elk ingevoerd vlak kunnen spectraal eigenschappen als absorptie, diffusie als transmissie worden toegekend. Het programma deelt de geluidsbronnen op in een discreet aantal stralen die vervolgens direct of middels reflecties (al dan niet met diffractie) een pad bewandelen naar een meetpunt. Door het verloop van een pad na te gaan kan preciezer onderzocht worden waar maatregelen nodig of relevant zijn.

 

Contactpersoon: Stefan Voeten

Kenmerken van dit project

 
Architectombouw: Tjerk van der Lune (originele ontwerp Peter Kilsdonk)
 
Periode2008 - 2011
KlantProRail

Kennisgebieden

Wie zijn onze experts?


Word jij onze nieuwe collega?