Het Amsterdam-Rijnkanaal is een belangrijke verbinding tussen de haven van Amsterdam en het Ruhrgebied in Duitsland. Dit maakt het tot een van de drukst bevaren kanalen in de wereld. Rijkswaterstaat zette, als beheerder van het kanaal en de bruggen, het project Kunstwerken Amsterdam-Rijnkanaal Groot Onderhoud (KARGO) in de markt voor grootschalig onderhoud van acht stalen boogbruggen. Movares is vanaf begin tot eind betrokken bij het ontwerpen en realiseren van de bruggen.

KWS-Mercon heeft Movares gevraagd te adviseren bij de renovatie en vervanging van de acht stalen boogbruggen. De Amsterdamsebrug,  Jutphasebrug en Schalkwijksebrug konden worden gerenoveerd. Hiermee is de levensduur van de bruggen verlengd met dertig jaar. De andere vijf bruggen moesten compleet worden vervangen: de Schellingwouderbrug, Loenerslootsebrug, Weesperbrug , Breukelerbrug en Overeindsebrug. Voor de vier laatstgenoemde bruggen heeft Movares het architectonisch en constructief ontwerp gemaakt, de berekeningen uitgevoerd en geadviseerd bij de uitvoering. Vanaf de eerste ontwerpschets is Movares betrokken bij de vormgeving en de landschappelijke inpassing, waarna het volledige constructief ontwerp is uitgewerkt. Ook voor de transport- en montagefase verzorgde Movares het hele engineeringstraject.

Bekijk hier de brochure van KARGO.

Vormgevingsvisie

Het ritme van de reeks

De reeks bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal vormt een ritme, vergelijkbaar met een muziekthema. Binnen het project KARGO (Kunstwerken Amsterdam-Rijnkanaal Groot Onderhoud) is gestreefd naar het intact laten van de karakteristieke eigenschappen en het ritme van deze reeks. Daarnaast diende de historische gelaagdheid en het technisch-functionele gedachtegoed afleesbaar te blijven.

Bij het ontwerp en de realisatie van het kanaal in 1952 werd voornamelijk vanuit het kanaal gedacht. Het kanaal werd de nieuwe overheersende landschapsstructuur. De oorspronkelijke boogbruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal (dertien in totaal, inclusief vier spoorboogbruggen), waaronder de zeven KARGO-bruggen, leiden allen regionale verbindingswegen over het kanaal. Vanaf eind jaren ‘50, toen het Rijkswegennet vorm begon te krijgen, tot nu zijn diverse nieuwe verbindingen over het kanaal ontstaan, telkens van een ander brugtype dan de oorspronkelijke boogbruggen. Zo kennen we betonnen uitbouwbruggen voor de Rijkswegen (A10 Amsterdam, Utrechtse Ring/Maarssen, A27 Houten) en ‘specials’ voor binnenstedelijke verbindingen, zoals bijvoorbeeld de Nescio-hangbrug in Amsterdam of de Prins Claus-tuibrug in Utrecht. De reeks bruggen vormt over de lengte van het kanaal een ritme, met een basis van kanaaleigen bruggen en variaties die daar doorheen lopen, vergelijkbaar met een muziekthema. De kenmerkende, oude boogbruggen bevinden zich voornamelijk in het noordelijke deel. De meer moderne betonnen uitbouwbruggen bevinden zich in het zuidelijke deel en horen bij de verbreding van het kanaal in 1981.

– BmS KARGO architectuur: Het ritme van de reeks

Vertrekpunt KARGO

In 2007 heeft de Rijksbouwmeester op initiatief van Rijkswaterstaat een visie opgesteld voor de bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze visie diende als vertrekpunt voor het ontwerp binnen KARGO: – eenheid, in hoofdvorm en harmonie (ritme en verhouding); – eigen identiteitskenmerken, voor de gehele groep; – technisch-functioneel, uiting van de tijd waarin ze gebouwd zijn; – herkenning, geen stijlbreuk door de renovatie/vervanging.

Ruimtelijke kwaliteit en beleving

De ‘vervangende bovenbouw-bruggen’ (Weesperbrug, Loenerslootsebrug, Breukelerbrug, Overeindsebrug) sluiten in beleving aan bij de ‘op onderdelen te renoveren bruggen’ (Amsterdamsebrug, Jutphasebrug, Schalkwijksebrug). Niet alleen wat betreft silhouet en hoofdgeometrie, maar ook in de visie op detaillering. Uitgangspunt is een brug als exponent van de stand van de techniek van deze tijd. Daar waar bij de bouw van het kanaal de eerste generatie bruggen werd samengesteld uit geklonken constructiedelen, wordt de vervangende bovenbouw een gelaste constructie. Het technisch-functionele basisprincipe van het ontwerp is overgenomen als basis voor de architectuur. Het samengestelde constructieprincipe is in de nieuwe architectuur zichtbaar door de afzonderlijke staalplaten waaruit de brug is opgebouwd, te tonen in de doorsnede van de hoofd- en boogliggers en door verstijvingsplaten in het zicht te laten. In vorm is de krachtswerking in de brug beleefbaar, voelbaar en zichtbaar. Verstijvingen zijn als driehoekige of trapeziumvormige elementen in de constructie een terugkerend element; in de overdracht van hanger op boog, van boog op booggeboorte en van booggeboorte en hoofdligger op pijler. Ook de schotten laten het krachtenverloop zien en maken de constructie leesbaar. De hiërarchie van hoofdliggers, hulpboog, landhoofden en pijlers is zo verduidelijkt. De constructie toont haar constructieve zuiverheid: de constructie is de architectuur. Voor de bruggen met een vervangende bovenbouw geldt dat zij uiting geven aan deze tijd. Ze vormen een sub-reeks om het kanaaleigen brugtype ‘technisch-functionele boogbrug’ voor de toekomst veilig te stellen.

Bijzonderheden

Een kenmerkend verschil met de oude bruggen is dat de nieuwe volledig gelast zijn. Ook is ervoor gekozen de hoofdliggers onder het stalen brugdek te plaatsen, waardoor de bruggen een modern en open karakter hebben gekregen. De fabricage en installatie van de bruggen vormde een apart proces. Movares heeft ook voor deze fase de engineering van de bouwfase verzorgd in samenwerking met het engineeringteam van Mercon, om alle bijzondere belastingsituaties in deze fase te bekijken.

Innovatief

De ambitie van Rijkswaterstaat is om bij te dragen aan een leefbare, schone wereld, waarbij economie, ecologie, kwaliteit van leven en sociale verhoudingen goed in balans zijn (People, Planet, Profit). Voor KARGO heeft Rijkswaterstaat de volgende ambitie bepaald: ‘duurzame inkoop’, waarbij life cycle management en duurzaam gebruik van materialen en materieel de pijlers zijn onder het project.

Zicht op de omgeving

De bestaande bruggen hadden hoofdliggers bovendeks, waardoor zicht vanaf de rijbanen op de plek en het kanaal nauwelijks mogelijk was. Dit nadeel vanuit landschappelijke beleving en oriëntatie is weggenomen door bij deze bruggen de hoofdliggers onder het dek te plaatsen. De weggebruiker staat zo meer in contact met het Amsterdam-Rijnkanaal en de kanaalgebruiker krijgt meer zicht op wat hem bovenlangs kruist. Zo wordt niet alleen meer gedacht vanuit het kanaal, maar gebruik gemaakt van de betekenis die de bruggen hebben gekregen en de relatie die ze intussen zijn aangegaan met hun omgeving.  Alle bruggen binnen KARGO representeren op detailniveau hun tijd en evolueren tegelijkertijd. Waarmee een nieuw hoofdstuk van de evolutie van stalen boogbruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal is aangebroken.