Robuuste mobiliteit geeft Randstad lucht en houdt zorg betaalbaar

De economie trekt weer aan en na jaren van bezuinigingen lijkt er weer geld te komen voor investeringen. Ondertussen slibben onze wegen dicht en zitten de treinen overvol. Lapmiddelen bieden alleen tijdelijk soelaas. Alex Muller, consultant verkeer en vervoer bij Movares, pleit voor een aantal maatregelen die het OV robuust maken en daarmee een solide basis bieden voor een schonere en bereikbare Randstad.

De economie draait op volle toeren en in de grote steden groeit alles: de bevolking, de werkgelegenheid, de winkels, het toerisme, enz. Als gevolg daarvan zitten de wegen, treinen en fietspaden vol. De capaciteit van de wegen is weliswaar met spitsstroken uitgebreid, maar verder heeft de mobiliteit het vooral moeten doen met ‘beter benutten’. In capaciteitstermen te vertalen als ‘proppen’. Proppen levert geen robuuste oplossing en dit blijkt uit de files: deze staan er weer als vanouds, ondanks spitsstroken, telewerken en andere stimuleringsmaatregelen. Bij een stremming in het OV ‘proppen’ we zelfs in het kwadraat of is er voor belangrijke bestemmingen überhaupt geen alternatief. Mainport Schiphol was in 2016 diverse dagen niet bereikbaar per trein, terwijl de trein toch de meest geëigende vervoerwijze zou moeten zijn om een belangrijke vlucht te halen. We moeten toe naar een robuuster OV om dit soort problemen in de toekomst te vermijden. Een robuuste oplossing is om Schiphol op meer manieren bereikbaar te maken, bijvoorbeeld ook via station Hoofddorp. Treinen kunnen dan vanaf Utrecht omrijden via Leiden-Woerden. Van de investering in het meersporig maken die hiervoor nodig is, wint de gehele Randstad aan robuustheid.

Drietreinensysteem

Of we ooit tot rekeningrijden gaan komen is de vraag. Het is geen hot item in de verkiezingen. Op zich is een hoger spitstarief vanuit het principe van een gelijke behandeling te rechtvaardigen. Het OV kent immers ook een spitstarief. Los van deze keuze voor ‘autopesten’ of niet zal het OV vlotter, frequenter, robuuster en gemakkelijker moeten worden om de automobilist uit zijn comfortabele en veilige cocon te krijgen. Over tienminutendiensten bij de trein hebben we het al jaren, maar straks staan de treinen bij een verstoring ook in een file op het volgepropte spoor. Reistijdwinst is er te behalen door het drietreinensysteem te herontdekken. Tussen Den Haag-noord en Rotterdam-zuid zijn er inmiddels meer intercitystations dan stoptreinstations en dat kost uiteraard reistijd. Met een gecombineerd intercity- en hogesnelheidsnet tussen de grote steden, een sneltreinnet via de belangrijkste stations en light rail als stoptreinvervanger wordt de bediening vlotter en overzichtelijker. Het light-rail rijdt daarbij frequent door tot in de centra en halteert veel korter. RandstadRail heeft aangetoond dat dit werkt, met maar liefst 5x zoveel reizigers op de voormalige Hofpleinlijn.

Schaarse ruimte

We zijn het er allemaal over eens dat de stedelijke regio’s blijven groeien tot 2040. In de steden is ruimte schaars en daardoor azen auto, OV, fiets en vastgoed op dezelfde ruimte. Doorgaan op de huidige weg leidt ook daar tot ‘proppen’. De oplossing gaat redelijkerwijs ten koste van de auto, omdat die niet ruimte-efficiënt is. OV, P+R, deelauto, fiets en automatisch vervoer zullen dit moeten compenseren om de steden leefbaar en bereikbaar te houden. Dat betekent o.a. dat light rail met grote halte-afstanden moet worden doorgetrokken tot in de centra van de steden, dat de overstap van auto naar fiets en OV wordt geoptimaliseerd. Het mobiliteitsnetwerk als geheel wordt hierdoor robuuster. Uiteraard moet ook de gezonde en sterk groeiende (elektrische) fiets meer ruimte krijgen. Parallel moeten we er dan wel voor zorgen dat de fiets in de centra geen ‘plaag’ wordt. Dit vraagt ruimte voor veilige fietsroutes en goed gesitueerde fietsparkeervoorzieningen. Los daarvan biedt een grotere plaats voor OV en fiets letterlijk lucht in de steden omdat er veel minder fijnstof en andere uitstoot vrijkomt dan bij de auto.

Economische schade

De middelen voor een robuust mobiliteitssysteem voor de Randstad ontbreken. Door de crisis zijn investeringen geschrapt, versoberd of uitgesteld. Eerst na 2028 zou er sprake zijn van eventueel nieuw geld. Dat is te laat. In de Ruimtelijk Economische Ontwikkelings Strategie (REOS) van de Randstad en Brainport Eindhoven hebben Rijk en Regio’s bovendien afgesproken dat de bereikbaarheid sterk moet worden verbeterd. De internationale concurrentiepositie en het voorkomen van economische schade zijn hiervoor belangrijke drijfveren. In de Randstad en Brainport Eindhoven wordt grofweg de helft van het Bruto Nationaal Product verdiend. Dat moeten we koesteren en daarom moeten we investeren in de bereikbaarheid en de economische kracht van de brede Randstad. Regie, integrale planvorming, sociale acceptatie, passende budgetten en alternatieve financiering moet worden georganiseerd om de groei te verzilveren en daarmee ons uitgavenpatroon te kunnen behouden. De politiek is hierbij aan zet om dit na de verkiezingen te organiseren. Met een dergelijke aanpak kan de huidige verkiezingsdiscussie over de hoogte van de eigen bijdrage voor de zorg ook relevant blijven…

 

Meer informatie: Alex Muller, tel. +316 5395 5495

Dit bericht verscheen n.a.v. Nationale mobiliteitsdebat op 9 maart 2017.