Blog: Een gezonde fysieke leefomgeving begint met bestuurlijke ambitie

Bij de behandeling van de Omgevingswet in de Tweede Kamer (zomer 2015) heeft gezondheid een expliciete plek in de wet gekregen[1]. Aanleiding hiervoor was tweeledig:

  • de afgelopen jaren is gebleken dat tal van normen voor geluid, geur en stoffen niet afdoende waren om de uitbraak van Q-koorts en andere infectieziekten te voorkomen;
  • uit onderzoek van het RIVM[2] blijkt dat 6% van de totale ziektelast wordt veroorzaakt door blootstelling aan fysieke omgevingsfactoren, zoals fijn stof, geluid, geur en klimaatverandering.

Eén van de doelen van de Omgevingswet is dan ook (geworden) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De wet voorziet in instrumenten op verschillende bestuurlijke niveaus om belangen, waaronder die van gezondheid, integraal af te wegen met andere belangen. Op Rijks- en provinciaal niveau zal vooral sprake zijn van het formuleren van instructieregels en omgevingswaarden, die een vertaling moeten krijgen op gemeentelijk niveau.

Gezondheid in gemeentelijke planvorming

Niet is aangegeven hoe gemeenten gezondheid moeten betrekken bij het maken van de integrale afweging. Dit kan, omdat gezondheid nog relatief nieuw is in de wereld van de ruimtelijke ordening, als ‘eng’ ervaren worden, maar het biedt vooral kansen om ‘gezondheid’ in te bedden in lokale en regionale projecten. Gezondheid kan op verschillende manieren worden ingezet. Namelijk:

  • Als kapstok om keuzes (functies toedelen aan locaties) aan op te hangen
  • Als basis om te differentieren tussen gebieden
  • Als één van de beoordelingsaspecten
  • Als basis voor doorvertaling in omgevingsplannen, programma’s, etc
  • Voor het maken van betere afgewogen en duurzame inrichtingsplannen c.q. stedenbouwkundige plannen
Keuzes maken en ambitie bepalen begint bij Omgevingsvisie

Het is in ieders belang dat keuzes over projecten in de fysieke leefomgeving bijdragen of als vliegwiel fungeren voor een groene en gezonde leefomgeving. Dit vraagt om een kader, waarin in samenhang (integraal!) een koers wordt bepaald. In onze optiek is dit kader een omgevingsvisie. In deze visie legt een gemeentebestuur haar ambitie en daarmee samenhangende keuzes neer. Een duidelijke visie op gezondheid kan gemeenten tevens helpen zicht te onderscheiden ten opzichte van andere (aangrenzende) gemeenten (denk aan branding en het stellen van USP’s).

Gezondheid zal een rol spelen bij de volgende inhoudelijke vraagstukken. Welke functies zijn waar wenselijk c.q. inpasbaar, waar vindt stedelijke herontwikkeling plaats, waar moet ruimte zijn voor uitbreiding van stedelijk gebied, hoe wordt gehoor gegeven aan klimaatdoelstellingen, wat zijn wenselijke ontwikkelingen voor het landelijk gebied en hoe kan de inwoner en gebruiker van de fysieke leefomgeving worden aangezet tot een gezondere levensstijl of hoe kan deze levensstijl worden geborgd?

Gaan we, wanneer we gezondheid meewegen bij vraagstukken in het landelijk gebied, anders aankijken tegen mengbestemmingen en het toevoegen van (Ruimte voor ruimte)woningen? En hoe erg is leegstand dan? Moet de (financiële) compensatie dan niet juist in het stedelijk gebied plaatsvinden? In de stad maken we waarschijnlijk voor een (herstructurering)gebied, direct grenzend aan het centrumgebied, andere keuzes dan voor een rustige woonwijk of een bedrijventerrein. Voor een dergelijk gebied is functiemening vaak zeer wenselijk (hoogdynamisch) en wordt bijvoorbeeld enige mate van verstening, drukte en geluid geaccepteerd. In een rustige woonwijk waar veel gezinnen met jonge kinderen wonen is dat anders. Het kan zelfs wenselijk zijn om daar een strengere geluidnorm te hanteren (gemeenten hebben deze vrijheid onder de nieuwe wet).

Daar komt bij dat als we mensen willen aanzetten tot meer bewegen en welbevinden, de oplossingen wellicht niet gezocht worden in een betere autobereikbaarheid, maar juist in het creëren van een aantrekkelijke, groene leefomgeving, met hoogwaardige langzaamverkeersroutes en speelvoorzieningen e.d. Het aantrekkelijk(er) maken van de buitenruimte is ook nodig om hittestress en klimaatveranderingen op te vangen. De keuzes kunnen per gebied, onder meer vanwege de verschillende bevolkingssamenstelling, het aanwezige openbaar groen en de mogelijkheden tot het gebruik van de buitenruimte, verschillen.

Positief profileren

Kortom, het maken van een herkenbare omgevingsvisie is de basis voor verdere beleidsuitwerking in een omgevingsplan en het vertalen en motiveren van ambities in bijvoorbeeld stedenbouwkundige en landschappelijke plannen. Uiteindelijk zal een gemeente zich hiermee onderscheiden en positief profileren ten opzichte van andere, aangrenzende gemeenten! Welk gemeentebestuur wil dat nu niet?!

Meer weten over gezondheid in relatie tot de Omgevingswet? Neem dan contact op met Irene Buitenhuis of Nicole van der Waart.

 

[1] Amendement nr 150, 151 en 152, Van Veldhoeven, Smaling en De Vries)

[2] RIVM, Gezondheid en veiligheid in de Omgevingswet, doelen, normen en afwegingen bij de kwaliteit van de leefomgeving, hoofdrapport, 2014