Blog 2: Nieuwe opgaven in planstudies

Nederland is weer in beweging. Na een aantal jaren van stagnatie is de economie in de loop van 2016 sterk aangetrokken en daarmee ook de mobiliteit van mensen en goederen. Een paar ontwikkelingen: De groei van het personenverkeer en het goederenvervoer over de weg resulteren in een toenemende filezwaarte (+12% in 2016). Treinen zitten bomvol, ondanks zeer frequente verbindingen tussen de grotere steden in het land. Het luchtverkeer op Schiphol blijft sterk groeien en daarmee ontstaan nieuwe opgaven wat betreft de landzijdige bereikbaarheid van de luchthaven. De omvangrijke fietserstromen in de steden zorgen voor knelpunten en een toenemende onveiligheid. En ondanks voortdurende investeringen in fietsenstallingen bij stations kan de behoefte niet worden bijgebeend.

In de periode tot 2028 staan nog forse investeringen gepland in projecten die nu richting realisatie gaan. Tot voor kort was het beeld dat er geen financiële ruimte en ook geen noodzaak is voor nieuwe projecten na 2028. Inmiddels wordt duidelijk dat er diverse knelpunten ontstaan, waarvoor nog geen oplossing in beeld is. De BO-MIRT afspraken uit het najaar van 2016 bevestigen dit beeld. Begin 2017 komen de resultaten van de nieuwe markt- en capaciteitsanalyse (NMCA), die ook agenderend is voor de toekomstige opgaven (in uitvoering na 2028).

Duidelijk is dat de wereld snel verandert. En dat dus ook snel ingespeeld moet kunnen worden op nieuwe behoeften die ontstaan. In de complexe wereld van planologische procedures valt dit niet altijd mee. Projecten kennen een lange voorbereidingstijd en gedurende deze planvorming ontstaat regelmatig aanleiding om de scope van het project aan te passen.

De vijf succesfactoren om met deze uitdagingen om te gaan zijn in mijn ogen:

  • Begin met een brede oriëntatie op de gebiedsopgave, waarin de opgaven van diverse betrokken partijen (overheden, beheerders, private partijen) worden beschouwd en tot een initiatief leiden. Op basis hiervan kan zinvol worden afgewogen of het meerwaarde heeft om bijvoorbeeld een opgave voor waterberging te combineren met een uitbreiding van de weginfrastructuur of dat opgaven beter en effectiever los van elkaar kunnen worden opgepakt.
  • Definieer de scope van de opgave, en benut vervolgens iedere fase-overgang/mijlpaal, om de scope opnieuw tegen het licht te houden en waar nodig bij te stellen. Daarmee kan tussen twee mijlpalen met een stabiele scope worden gewerkt en kan bij een faseovergang eventueel aanpassing plaatsvinden. Dit draagt bij aan adaptieve planvorming.
  • Vanaf de vroegste start een heldere strategie hebben voor de betrokkenheid van en het contact met de omgeving van het project. Waarbij het niet zo is, dat hoe meer betrokkenheid, hoe beter. Het projectteam en de politiek moeten in ieder geval niet verrast worden door een belanghebbende die lange tijd onder de radar is gebleven. Dus zorg dat duidelijk is welke partijen en belangen er zijn, welke wensen en eisen men heeft en of deze wensen en eisen kunnen worden gehonoreerd binnen de gedefinieerde scope. En natuurlijk regelmatig en actief signaleren of er wijzigingen optreden in de belangen van partijen.
  • Werk gedurende het hele voorbereidingsproces gelijktijdig aan het vastleggen van afspraken tussen partijen, over de financiering van onderdelen, de beheersafspraken en de realisatie van raakvlakprojecten.
  • Een goede samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer/ingenieursbureau is essentieel om steeds de juiste stappen in het proces te zetten. De focus moet hierbij liggen op het gezamenlijk belang om binnen de kaders van planning en budget tot resultaat en besluitvorming te komen.

Het benoemen van deze succesfactoren is ingegeven vanuit de ervaring dat het:

  1. In deze dynamische tijdgeest uitgesloten is dat een project van begin tot eind zonder wijzigingen wordt gerealiseerd.
  2. Net zozeer uitgesloten is dat een project wordt uitgevoerd als er in de omgeving veel weerstand is tegen het project.

Movares draagt ook in 2017 bij aan een groot scala van projecten in de vroege planfase: Het uitwerken van varianten in een Verkenning en vervolgens de uitwerking van een voorkeursalternatief tot een projectbesluit, dat planologisch wordt vastgelegd. Variërend van fietsenstallingen en fietsvoorzieningen in de grote steden, het verbreden van de A27 tussen Houten en Hooipolder, het stimuleren van meer goederenvervoer over het spoor tot het uitwerken van oplossingen voor de Multimodale Vervoersknoop Schiphol.

Ik wens u een gelukkig en zinvol 2017, waarin we met elkaar de nieuwe opgaven in de fysieke leefomgeving definiëren en oplossen!

 

Dr. Fons van Reisen
Projectmanager Verkenningen en Planstudies