Afscheidscongres Kees Peters

Het auditorium van Movares zat tjokvol op woensdagmiddag 4 maart met collega’s van ProRail, gemeenten, NS, bureau Spoorbouwmeester. Allen waren naar het afscheidscongres van stedenbouwkundige Kees Peters gekomen. De gesprekken waren geanimeerd, er werden veel herinneringen opgehaald en het was duidelijk merkbaar dat een zeer gedreven en betrokken ‘collega’ afscheid nam.

STAD versus STATIONvan frustratie naar inspiratie

De titel van het congres was ‘STAD versus STATION, van frustratie naar inspiratie’. Wat kunnen de stad en het station voor elkaar betekenen? Wat zijn de lessons learned en wat kunnen we daarmee, nu en in de toekomst? Kees werkte 36 jaar als stedenbouwer bij Movares in een bijzondere periode met veel activiteiten op het gebied van spoor en stad. Met enthousiasme, inspiratie en passie. Altijd gericht op ‘de stip op de horizon’, gedreven om samen met betrokkenen een station te realiseren dat meerwaarde biedt voor de reiziger en de omgeving.   

Mateloos geïntrigeerd

Als klein jongetje was hij al geïntrigeerd door het stukje wereld waar spoor en stad elkaar raken. Kees: ‘Werelden die sinds 1850 zo ontzettend op elkaar hebben gereageerd, werelden die botsen, maar die elkaar ook zo nodig hebben. Dit heeft mij al die jaren mateloos geïntrigeerd, ik ervaar het als een groot geluk dat ik me daar 36 jaar lang mee bezig heb mogen houden in verschillende rollen.

Ik heb geluk gehad dat ik bij NS in dienst kon komen; ik ben Cees Douma, belangrijk manager en architect die mij in 1978 heeft aangenomen, dankbaar. Een vriend en vraagbaak, die voor mij heel belangrijk is geweest.’

Omslagpunten

Kees zou Kees niet zijn als hij niet zelf uitgebreid zou vertellen over de mooie projecten uit die afgelopen 36 jaar. Voor het Bureau Spoorbouwmeester heeft hij een Essay geschreven over de geschiedenis van de interactie tussen de Stad, het Station en het Stationsplein. Lees de Essay op issuu.com. Hierin beschrijft hij  drie omslagpunten. Tijdens het congres vertelde Kees over het laatste  omslagpunt en de  betekenis voor de ontwikkeling van de stations en de interactie met de stad. Op de manier die Kees zo eigen is: uitvoerig, met handen en voeten, een grap tussendoor en vooral vanuit een enorme betrokkenheid bij het project en de mensen die eraan werkten. 

  • Het belangrijke omslagpunt in de recente geschiedenis was de afschaffing van het perronkaartje rond 1970. ‘Vóór die tijd was het station het einde van de stad, je mocht er niet doorheen. Dat dit opeens wel kon had een enorme stedenbouwkundige impact. Er ging een nieuwe wind waaien: er kwamen veel nieuwe stations met aandacht voor uitstraling, verblijfskwaliteit, sociale veiligheid, identiteit en stedelijke dynamiek. Bekende voorbeelden zijn Sloterdijk, Doetinchem, Almere en Lelystad. Er kwam ook veel meer samenwerking tussen stedenbouw, architectuur en landschapsarchitectuur. Hartstikke leuk! Tevens gingen de stationsgebieden zich stedenbouwkundig ontwikkelen: er kwam steeds meer stedelijke vernieuwing rond stations met diverse functies. Dit is te zien aan de stationsgebieden van Zwolle, Groningen en Hilversum. Het was een heel belangrijke tijd! Er werden nieuwe spoorlijnen aangelegd – de Flevolijn, Westelijke en Zuidelijke Tak in Amsterdam – en er kwamen uitbreidingen van railinfrastructuur (Rail 21). Dit resulteerde in geheel nieuwe stations, bijvoorbeeld stations in de ‘middle of nowhere’ (Sloterdijk, Duivendrecht) en spoortunnels (Blaak, Rijswijk). Het was ook de tijd waarin we echt geleerd hebben beter om te gaan met andere betrokken partijen onder meer met gemeenten. Heel boeiend!’
  • In de periode vanaf 1992 tot 2000 veranderde de wijze van werken, vooral ook door het reorganiseren van NS tot vervoerder en stationsexploitant, de oprichting van ProRail en de komst van nieuwe vervoerders. Door wijzigingen in de spoorinfrastructuur werden er diverse nieuwe stations ontworpen: Den Bosch, Leiden, Amersfoort, Arnhem, Bijlmer en Abcoude, waar we voor de eerste keer gebruik hebben gemaakt van visualisaties van de afdeling die nu bekend staat als Movares Visuals onder leiding van Jan Beumer. Dat was een grote beweging in die periode. Daarnaast leverde de aanleg van de Betuweroute en de HSL onze vakgroep Stedebouw een gigantische hoeveelheid werk op. En er ontstond ruimte om voor het eerst te werken voor andere opdrachtgevers: voor gemeente Amsterdam mochten we werken aan het Centraal Station en het Stationseiland. Een fascinerend project!’ 
  • Na 2000 kwamen er andere bewegingen op gang, zoals meer betrokkenheid van bewoners. Kijk naar Bilthoven, dat is daar een mooi voorbeeld van door het grote draagvlak voor het stationsproject. Veel stations worden in die tijd ingrijpend verbouwd of nieuw ontwikkeld. Nieuw in die tijd is dat deze stations door meerdere partijen worden gefinancierd. We ontwikkelden voor de planprocessen de Bouwstenenmethode die we toepasten in Eindhoven, Rotterdam, Tilburg, Zwolle, Woerden en onlangs nog in Weesp. Er kwamen veel regionale impulsen – een leuke nieuwe interessante markt – en lokale impulsen: gemeenten gingen het voortouw nemen zoals Heerlen en Helmond. In deze periode kwam ook het programma Ruimte voor de Fiets op gang, nu Actieplan Fiets, waarbij ProRail een enorme uitbreiding van de fietsvoorzieningen organiseert. En wat te denken van de Prettige plek? Dit verbaasde mij enorm, het Prettig Wachten op stations zoals op station Sloterdijk. Ik vond het kitsch met het haardvuur en de stoeltjes, tot ik er laatst zelf een keer ’s avonds was na een pensioenvoorlichtingsavond, en zag dat het werkt!’

‘Ik kijk dankbaar terug op de afgelopen 36 jaar en geef nu graag het stokje door aan jongeren, aan jonge honden met frisse ideeën. Ik geloof er erg in dat je lijnen vanuit het verleden moet doortrekken naar de toekomst. Jongeren een podium bieden is ook daarom de opzet van deze middag.’

__________________________________________________________________________________

De eerste spreker was Sebastiaan de Wilde, Directeur Ontwikkeling bij NS Stations, afgestudeerd als civiel ingenieur bij Movares in de groep van László Vákár. ‘Born and raised in het huis van Holland Railconsult’, zoals hij zelf zegt. ‘Ik heb heel wat projecten samen met Kees gedaan. Toen ik hem schoorvoetend vertelde over mijn overstap naar NS, zei hij: ‘DOEN, daar ligt een opgave!’ 

Rotterdam als standaard
‘Die opgave is er zeker. We zitten middenin de fase van het opleveren van een aantal grote stations. De komende twee jaar gaan we de sleutelprojecten opleveren en een groot aantal kleinere stations. En zijn we er dan? Nee! Volgens mij is Rotterdam de nieuwe standaard waar alle stations die nog niet zo ver zijn naartoe gebracht moeten worden. Internationaal is er veel belangstelling voor Rotterdam. Alle stations upgraden tot deze standaard is ‘a hell of a job’. Als Rotterdam de standaard wordt is alles wat goed leek, niet goed genoeg meer. Als we dan de projecten van Kees zien, hoe Leiden en Amersfoort zijn getransformeerd, liggen er gelukkig heel wat kansen. En bij alle opgaven is ook een stedebouwkundige opgave. Wil je het station als economische motor laten fungeren, dan moet het gebied er omheen goed aansluiten.’ 

Ketenvoorziening
‘Er ligt ook een grote opgave in de ketenvoorziening, zeker de fiets. Transfer is een nieuw vakgebied. Lange tijd ging het erom hoeveel treinen je over het spoor door het station kon halen, nu ligt de grote opgave in het functioneren van het station zelf waar steeds meer mensen doorheen moeten. De nieuwe stappen die je kunt maken zitten ook in het station zelf. Kwantitatief – goede verbindingen leggen die reistijd besparen, van de fiets tot in de trein. En kwalitatief. De reis beoordeelt de reiziger als goed, maar aan de stations zelf is nog veel te doen. Veel aandacht voor reizigersbeleving werpt vruchten af: meer dan 90% van de ondervraagde reizigers geeft Rotterdam een 7 of hoger.’ 

Samenwerking

‘Programmatische aanpak en integrale samenwerking, dat zijn sleutelwoorden. De nieuwe kaders helpen daarbij. Een lastig punt zijn de financiën. Werden de NSP’s betaald door het Rijk, nu moeten we puzzelen om met  regionaal, lokaal en privaat geld tot opgaven te komen. Meer inbreng van derden betekent ook langere processen, maar in mijn ogen leiden die tot betere projecten. Positief is dat NS en ProRail samen een masterplan hebben gemaakt en niet langer tegenover elkaar staan, maar de handen ineen hebben geslagen. Mooie voorbeelden van deze samenwerking zijn Ede, Groningen en Assen.’ 

Toekomstgereed

‘Er liggen nog heel wat opgaven zoals station Den Haag HS, Den Bosch en Amsterdam. Amsterdam is een transferopgave, waar de perrons breder moeten en meer fietsenstallingen moeten komen. Net als Schiphol dat uit zijn voegen is gegroeid. Maar denk ook aan stations als Middelburg, Delft, Dordrecht en Enschede; oude constructies die het verdienen toekomstgereed gemaakt te worden. Dit vraagt om rentmeesterschap, niet om boekhouden.’

‘En over dertig jaar? Dan kunnen we het rondje opnieuw maken. Waar  Kees ooit aan is begonnen – wij noemen dat the eighties – de erfenis van Kees, ze zijn weer aan de beurt! Er is nog veel te doen, hoe moet dat zonder Kees?’

__________________________________________________________________________________

Karin van Helmond, projectmanager station Arnhem, ProRail

In de presentatie van Karin van Helmond stond het woord samenwerking centraal. ‘De wereld van stations is soms projectacrobatiek. We hebben veel moeten leren om de waarde van stations in hun omgeving een boost te kunnen geven. Zoeken naar balans, de dialoog aangaan, teamwork.’

Stip op de horizon

‘Bij stationsprojecten hebben betrokken partijen moeten leren zich in elkaar te verplaatsen. Niet alleen denken vanuit eigen belangen, en de reiziger centraal stellen. Kees had het over de ‘stip op de horizon’; waar willen we met elkaar naartoe? Dat bleek steeds weer een goede basis om samen op pad te gaan, om met elkaar naar het eindresultaat te werken. Of je nu van de gemeente, van ProRail of NS was; op de werkvloer kwamen we er wel uit!’

Maatwerk

‘Grote stationsprojecten hebben een enorme boost gegeven aan de wereld van stations. Dankzij het masterplan ProRail-NS ligt er nu een plan waar we de komende jaren nog heel veel mee kunnen doen. Zijn we klaar? Nee, maar we willen ook niet klaar zijn. Dit soort projecten geeft energie. Wel wil ik een pleidooi houden voor het maatwerk. Elk station moet ingepast worden in zijn context. Inpassing in de omgeving is het allerbelangrijkste, voor grote èn kleine stations. Arnhem is maatwerk. Het station is gebouwd voor de reizigers, hoe ze ook aankomen – met de trein, bus, trolley, taxi, fiets. Het gebouw omarmt ze. Bij de invulling van de commerciële ruimtes moeten we denken vanuit de transfermogelijkheden. Belangrijk is de bijdrage van de bouwsector, vanwege hun innovatiekracht en creativiteit. En, bijzonder is dat kracht van de spoorsector zo sterk is dat we in staat zijn om een ontwerp te bouwen dat in 25 jaar niet wezenlijk veranderd is; het oorspronkelijke ontwerp van Arnhem dateert uit 1995. Na een lang proces is op 19 november de grote opening van het nieuwe station Arnhem.’

Dialoog

‘Bij stationsprojecten zijn steeds meer partners betrokken, ook door de zoektocht naar de meest optimale inpassing in de omgeving en door de financiële puzzel. Het geld komt niet meer alleen uit Den Haag, maar ook zeker van regionale partners. Je moet met elkaar een nieuwe dialoog vinden, een nieuwe manier van samenwerken. Dat is niet altijd makkelijk, zeker niet vanuit onze toch traditionele sector, maar vanuit de dialoog kom je er wel.’ 

Kleine stations

‘Niet alleen provinciale stations zijn belangrijk, ook kleinere stations: daar komt reizigersgroei vandaan! Vergeet de kleine stations niet en de (regionale) vervoerders, die horen in het complete netwerk. Zij moeten de samenhang in de spoorse infrastructuur waarborgen. Reizigers willen een goede verbinding van deur tot deur en verwachten een soepele overstap tussen de regionale lijnen en de verbindingen richting Randstad. We moeten de samenhang bewaken. Daar hebben we multidisciplinaire teams voor nodig, die verder kijken dan hun eigen portemonnee en die ook politiek-bestuurlijk sterk zijn omdat de rol van gemeenten, provinciale overheden en stadsregio’s groot is.’  

‘Het is niet station versus stad, het is station èn stad, station èn spoor (dat wil zeggen netwerk en vervoerders) en station èn regio. Het gaat om stedelijke èn regionale inpassing. Dit vraagt om teamwork, veldwerk, dialoog. Kees, dat is waar wij elkaar altijd hebben weten te vinden.’ 

__________________________________________________________________________________

Jeroen Drenth, projectleider gemeente Castricum  linkje naar video opnemen? 

Jeroen Drenth kon helaas niet zelf aanwezig zijn. Hij sprak in een videoboodschap over het aanvankelijk wat moeizame proces in Castricum dat nu goed op gang is gekomen.  

De situatie
Het stationsgebied van Castricum was zwaar verouderd, een wat vervallen station en stationsplein en een achtergebleven situatie aan de westzijde zonder stedelijke ontwikkeling. De gemeente ontwikkelde in 2008 het stedenbouwkundig plan Zanderij, gebruik makend  van de bijzondere landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Inmiddels is het Zanderij-gebied opgeschoond en het Huis van Hilde, het Archeologiecentrum van de Provincie is onlangs geopend als eerste stap voor de verdere ontwikkeling. ProRail heeft een door Movares ontworpen nieuwe rijwielstalling gerealiseerd.

Het verbeteren van de perrontunnel, de vernieuwing van het station en het stationsplein worden nu uitgewerkt, in goed overleg met ProRail en NS en ondersteund door Movares.

Gevoel van trots

Jeroen Drenth: ‘Na tien jaar ‘sleuren’ overheerst nu een gevoel van trots. Trots dat ProRail, NS Vastgoed en de gemeente Castricum na veel discussie over onder meer de commerciële mogelijkheden, uiteindelijk toch zijn gaan samenwerken. Dat de wensen en belangen parallel zijn gaan lopen. Dat ook de Provincie verantwoordelijkheid heeft genomen. Het station is niet langer een overstapmachine, maar wordt een echt knooppunt. We hebben mensen voor ons weten te winnen waardoor de zaak in beweging is gekomen. Mijn advies: verplaats je in elkaars scope, dat is de sleutel tot succes, en houd vol!’ 

Zoeken naar draagvlak

De situatie is nog niet optimaal. De gelijkvloerse spoorwegovergang Beverwijkerstraatweg vlakbij het station is een belangrijke doorgaande auto(hoofd)route van en naar Heemskerk en de IJmond. Vooral in de spitstijden staat een lange file voor de gesloten spoorbomen. Die spoorbomen blijven ook nog eens naar verhouding lang dicht door de ligging direct naast het station. Het is nog niet gelukt een oplossing te vinden met voldoende draagvlak in Castricum, in overleg met ProRail wordt, met ondersteuning van Movares, verder gezocht. __________________________________________________________________________________

Miguel Loos, senior adviseur architectuur en stedenbouw Bureau Spoorbouwmeester sprak over de opgave die er ligt wat betreft de interactie tussen het Station en de Stad en de visie van Bureau Spoorbouwmeester.

‘Stations hebben een hele ontwikkeling doorgemaakt: van een station buiten de stad – station wordt onderdeel van de stad – station wordt stad – tot station is stad. Kijk naar Utrecht CS en naar Breda. Het compleet nieuwe station Breda brengt reizen, wonen, werken en winkelen op een moderne en comfortabele manier samen. Hoe ontstaat die interactie, of eigenlijk versmelting? De succesfactor van al die grote stationsprojecten is dat wij goed hebben begrepen dat je verbinding met de omgeving moet hebben en hoe je dat moet doen. Intermodaliteit is de kern van de knoop, met comfort en beleving.’ 

Waardestellingen
‘Ik werk sinds vier jaar bij bureau Spoorbouwmeester en waar Kees heel veel heeft mogen meemaken in zijn carrière heb ik er alleen over kunnen lezen. Met alle waardestellingen die wij onlangs hebben laten opstellen weten we nu wel veel over de beeldbepalende stations en kunnen daar nu de juiste aanbevelingen voor geven. Waardestellingen helpen ons om ons erfgoed serieus te nemen, ze geven houvast en helpen om als sector gezamenlijk op te trekken. Het is geen kwestie van bevriezen van hoe het eerst was, maar de essentie begrijpen. Met de waardestelling in de hand kunnen eigenaren, adviseurs en ontwerpers ook echt iets voor elkaar betekenen en samen doorpakken.’ 

Station activation
‘Niet alle stations groeien, de regio’s krimpen, met name de oostelijke regio’s vergrijzen. Alleen de Randstad blijft groeien. Hoe kom je dan tot goede stationsprojecten, is de vraag? Wat doe je met leegstaande stations? Wat met monumentale stations zonder functie, als Geldermalsen? Dat is de uitdaging. In een onderzoeksdocument van NS kwam ik de titel ‘station activation’ tegen; functies terugbrengen in de stations zodat ze weer betekenis voor de stad krijgen.’ 

Kracht van het ontwerp
‘We hebben ontwerpers nodig die dat begrijpen. Ontwerpers die met zorg omgaan met ons erfgoed, die invulling kunnen geven aan die leegstaande ruimtes. Station Haarlem is een mooi voorbeeld. Een prachtig historisch station. Hoe trek je daar klanten naartoe? Het ontwerp speelt daar een belangrijke rol in. En mogelijkheden zien we. Denk aan mooie wachtruimtes die goed aangesloten zijn op lokale retail en publieksfuncties als een bibliotheek of een goed restaurant. En dan zijn er nog de stations die verdwijnen, de onbemensde stations. We komen in maatschappelijke ontwerpthema’s terecht en ook daar zijn goede ontwerpen voor nodig!’ 

Goede omgeving
We zijn veel kennis en expertise aan het verzamelen om stations draaiende te houden, maar er moet wel samenhang zijn, verbinding, we moeten elkaar weten te vinden. Wij – Bureau Spoorbouwmeester – sturen op samenhang bij de generieke elementen zoals bewegwijzering, stationsoutillage, informatieborden en inrichting. Al die dingen en het ontwerp bepalen samen het station. Less mess is more core. Op grote en kleine stations, waar we het geheel goed willen organiseren, een goede omgeving realiseren voor de reizigers.’

‘Als we naar de geschiedenis kijken lijkt het best aanneembaar dat we station Rotterdam over 30 jaar weer gaan slopen en opnieuw bouwen. De kern van onze opgave is dus transformatie. Dat is wat blijft. Daarom moeten we er ook na het doorknippen van het lintje voor zorgen dat de stations mooi en aantrekkelijk blijven.’

__________________________________________________________________________________

Ivo Bastiaansen, senior stedenbouwkundige bij Movares wierp in zijn presentatie een blik op de toekomst. Hij signaleert zeven trends:

  1. We’re all individuals, but we ’can ’t live without each other

40 procent van alle huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens. Onze samenleving wordt steeds individualistischer en dit heeft alles te maken met reizen: we gaan reizen om mensen te ontmoeten. Doordat we alleen zijn moeten we ons huis uit om mensen te ontmoeten en we blijven sociale dieren. Dat is juist de verandering en kans, want ontmoeten doen we buitenshuis. Maak stations tot huiskamers, plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. In Helmond bijvoorbeeld zit zo’n ontmoetingsplek.

  1. New generation: no need for ownership… if it’s easy available. Delen is het nieuwe hebben. De nieuwe generatie heeft steeds minder behoefte aan eigendom; steeds vaker gebruiken we materialen van elkaar. ‘Sharen’ is de nieuwe trend. Kijk naar de OV fiets en Green Wheels. De volgende stap is dat je die op verschillende plekken in de stad kunt afhalen en terugzetten. Dit houdt in dat je het OV netwerk veel efficiënter kunt maken door op deze manier het voor- en natransport te regelen, met het ‘sharen’ mensen dichter naar hun bestemming brengen. Zo ontstaat een OV-netwerk op een ruimtelijk structurerende as. 
  2. Speed is no longer the dominant value

Reizen op zichzelf kan ook comfort bieden, een doel op zich zijn.

  1. People are waiting to be able to do anything anywhere

Mensen gaan reizen om te werken en te ontspannen. We rekenen op wifi en stopcontacten in de trein. Ook stations moeten comfort bieden, moeten prettig verblijven zijn en plekken zijn waar we kunnen werken en ontspannen.

  1. Work wherever you want

 Het gaat niet alleen om het nieuwe werken op stations, we kunnen er ook kennisnetwerken organiseren zoals seats2 meet doet. Dit is een enorme kans voor stations en voor knooppunten!

  1. Door het nieuwe online winkelen staan steeds meer winkels leeg. Hier ligt een kans: maak een pick-up point op stations voor kleine bestellingen, je komt er toch elke dag langs. En bijvoorbeeld ook merkenwinkels, die alleen showrooms hebben. Stations zullen gaan fungeren als verlengde van de shopping mall. 
  2. Think global, act local

Stations geven identiteit aan de stad, zie Groningen. Stations zijn buitengewoon boeiend cultureel erfgoed, iets waar mensen trots op zouden moeten zijn. Op veel stations is geen programma meer. Door meer aandacht te besteden aan het ontwerp of aan de openbare ruimte krijgt het station identiteit. In het verlengde hiervan: stations zouden geen anonieme plekken moeten zijn, maar plekken waar je mensen kent dankzij een lokaal programma, persoonlijke benadering, een gevoel van thuiskomen. ‘Mijn station’.

Ivo Bastiaansen: ‘Kansen voor de toekomst? Maak stations tot een verlengstuk van de huiskamer, met comfort en verblijfskwaliteit. Als de OV-knoop ruimtelijk voldoende compact  is, is reizen geen aparte functie meer, is reizen gewoon een onderdeel van ons dagelijks leven en is het verblijven tussen twee knooppunten. Dat is het station van de toekomst.’

__________________________________________________________________________________

Kees sloot af met een dankwoord aan alle sprekers, aan zijn gezin, zijn werkgever Movares die hem zoveel ruimte heeft gegeven, zijn leidinggevenden en zijn ‘tweede thuisbasis’: zijn collega’s. Speciaal dankte hij Jan Beumer met wie hij vrijwel gelijk gestart is bij het toenmalige NS Ingenieursbureau, die de tekenkamer van de vakgroep Stedebouw uitbouwde tot de afdeling Movares Visuals, die altijd nieuwe markten zag en voortdurend werkte aan innovaties. En zijn ‘maatje’ Rob Stringa, met wie hij een sterke samenwerking tussen architectuur en stedebouw opbouwde, nieuwe methodieken ontwikkelde en samen veel projecten realiseerde.