Blijft het trillingsniveau in aangrenzende woningen acceptabel bij de aanleg van een busbaan of een toename van het aantal goederentreinen? Moet een aannemer speciale bouwmethoden kiezen om schade en trillingshinder te voorkomen? Movares helpt partijen bij het beantwoorden van dit soort vragen.

Bij onze advisering over trillingsvraagstukken maken we gebruik van ons rekenmodel VibraDyna. Met dit model kunnen we uiterst nauwkeurig berekenen hoeveel trillingen treinen, trams, bussen en andere voertuigen veroorzaken in woningen en gebouwen in de omgeving.

Database
Belangrijk onderdeel van VibraDyna is een uitgebreide database. Hierin zitten niet alleen gegevens over de hoeveelheid trillingen die allerlei verschillende voertuigen opwekken bij diverse snelheden, maar ook gegevens over de mate waarin grondsoorten trillingen doorgeven en gegevens over de gevoeligheid voor trillingen van allerlei gebouwtypen uit verschillende bouwperioden. Al deze gegevens zijn in de praktijk verzameld aan de hand van talloze metingen.

Onderzoek
De beschikbaarheid van deze gegevens biedt ons de mogelijkheid om met een quickscan snel in beeld te brengen of een ingreep – zoals het vergroten van het aantal treinen op een tracé – tot trillingsproblemen leidt en zo ja, in welke woningen de kans op hinder dan het grootst is. Door de koppeling van VibraDyna aan een geografisch informatiesysteem (GIS) kunnen we met kaarten en kleurcodes snel laten zien hoe gevoelig locaties zijn voor trillingshinder.

De quickscan vormt de eerste stap van ons trillingsonderzoek. Blijkt uit de scan dat er hinder ontstaat, dan maken we als tweede stap een gedetailleerde berekening met VibraDyna. Hiervoor voeren we nauwkeuriger gegevens in over de trillingsbron en de bodem. Om te bepalen hoe de lokale bodem trillingen doorgeeft, genereren we bijvoorbeeld op locatie trillingen met zogeheten valproeven. Verder verzamelen we voor de berekening extra gegevens zoals specifieke kenmerken van de treinen en de woningen en de opbouw van de spoorbaan. Om nog nauwkeuriger informatie te krijgen, voeren we als derde stap valproeven uit in combinatie met trillingsmetingen in een aantal woningen en maken we geavanceerde berekeningen met zogeheten eindige-elementenmodellen.

Trillingsreductie
Als we goed in beeld hebben waar allemaal trillingshinder optreedt, ontwerpen we trillingsbeperkende maatregelen. Met de eindige-elementenmodellen berekenen we vervolgens of deze maatregelen de trillingen in de woningen voldoende reduceren. Hierbij kijken we altijd eerst naar mogelijkheden om de trillingen aan de bron te reduceren, daarna naar maatregelen in het transmissiepad (de route van bron naar ontvanger) en pas als laatste naar maatregelen bij de ontvanger, de woning. Deze twee stappen, het ontwerpen van maatregelen en het berekenen van hun effect, herhalen we totdat we zeker weten dat de maatregelen leiden tot de gewenste trillingsreductie.