Floriadebrug Venlo
Venlo heeft in 2012 de organisatie van de Floriade in handen. De brug over de rijksweg A73 zal fungeren als visitekaartje en entreeroute voor de bezoekers van de Floriade. Een belangrijke eis vanuit de gemeente was om de brug volgens de Cradle-to-Cradle filosofie uit te voeren. Na afloop van de Floriade zal de brug opgenomen worden in de regionale fietspadenstructuur.
De door Movares ontworpen brug kenmerkt zich door constructieve logica. Een gunstige constructie betekent minder massa en een efficiënt materiaalgebruik, maar er wordt hiermee ook bespaard op het energieverbruik tijdens de bouw van de brug. De materialisatie van de brug is zeer bewust te noemen.
Belangrijk is echter wel dat de uitstraling representatief en eigentijds moet zijn. Zo is de materialisatie van de brug voortgekomen uit een onderzoek naar de combinatie van duurzaamheid, onderhoud en representativiteit. De toegepaste materialen hebben een zeer lange levensduur, zijn onderhoudsvriendelijk, verouderen mooi en hebben een chique uitstraling. Bovendien is de brug relatief licht van gewicht, waardoor op materiaal in de constructies en de fundering bespaard kan worden. De brug wordt op staal gefundeerd, waardoor weinig in de ondergrond aan werkzaamheden hoeft te gebeuren. Het complete materiaalpakket is her te gebruiken, met oog op de toekomstige generatie.
Door het beperken van de ‘footprint’ van de brug blijft meer omgeving ongeschonden. Er wordt minder verhard oppervlak gerealiseerd, wat minder impact heeft op de lokale ecologie en biodiversiteit in het Floriadepark.
Bijzonderheden
De LED-verlichting zal worden voorzien van sensoren die een ‘digital addressable light interface’ (DALI-protocol) aansturen, waarmee de lichtintensiteit automatisch wordt aangepast aan de lichtsterkte in de omgeving (dag/nacht/schemer) en de bewegingen van passanten op de brug. Hiermee wordt het lichtniveau aangepast aan de situatie (geniet van de zon!) en het gebruik, waarmee veel energie wordt bespaard en de levensduur van armaturen wordt vergroot.
De gehele brug wordt bespannen met ETFE doek (Ethyl Tetra Fluor Ethyleen). Dit semi-transparante doek zorgt eveneens voor afscherming van de voetgangers naar de snelweg. Daarnaast is het een licht en duurzaam materiaal dat esthetisch ook nog een extra laag toevoegt aan de stroomlijn van de brug. In het midden is het ETFE doek ook bovenop de constructie aangebracht waardoor een gedeeltelijke overdekking ontstaat. Het doek wordt middels spanners over de ronde buis getrokken waardoor het in de ene richting een strakke begrenzing heeft en in de andere richting wordt vervormd door de ovalen die in het doek drukken.
- Locatie:Venlo, Limburg
- Periode:2010 – Heden
- Klant:Gemeente Venlo
- Architect:Edwin Megens ism Gerard Extra Architect
De brug, inclusief aanliggende delen, is zoveel mogelijk gebouwd volgens de cradle-to-cradle filosofie. Dit houdt in dat aan het eind van de levensduur de verschillende onderdelen weer als hoogwaardige grondstof gebruikt moeten kunnen worden. Voor het Floriade terrein zelf betekent dit dat bijvoorbeeld de tijdelijke kassa gebouwen later een nieuwe functie krijgen elders op het terrein. Ook de brug wordt hergebruikt als onderdeel van de fietsroute. Verder is ervoor gezorgd dat door gebruik van hoogwaardige materialen de belasting op de omgeving zo minimaal mogelijk is.
Voor de draagconstructie van de brug (de hoofdoverspanningen en het dek) is voor een belangrijk deel gekozen voor stalen profielen, waardoor (in een geconditioneerde omgeving wat de schone lucht, water en bodem ten goede komt) geprefabriceerd, sneller en lichter gebouwd kan worden. Er hoeft op de bouwplaats relatief weinig ‘in situatie’ gebouwd te worden. Er wordt voornamelijk geassembleerd, wat ook weer ruimte en materieel bespaard en het (zwerf)vuil op de locatie verminderd (geen verstoring bestaande ecologische systemen).
Prefabricage bespaart naast materiaal ook op transport (reduceren mobiliteit, creëer schone lucht, water en bodem, beperken uitstoot CO2 en fijnstof en het verbruik van niet hernieuwbare grondstoffen). Bovendien kan het materiaal aan het eind van de levensduur relatief gemakkelijk worden gedemonteerd en hergebruikt in de technosfeer, zonder kwaliteitverlies. Geen ‘downcycling’, maar ‘upcycling’; een ontwerp met oog op toekomstige generaties.